Particuliere verhuurders blijven huurwoningen verkopen. Op 1 juli 2026 hadden particuliere investeerders nog 269.600 woningen, 23.200 minder dan een jaar eerder. Hun aandeel in de totale woningvoorraad daalde in dat jaar van 3,5% naar 3,2% (Kadaster, 27-08-2026). Bedrijfsmatige investeerders, dat zijn rechtspersonen zoals vastgoedbedrijven en fondsen, hadden er 475.900 en groeiden met 6.800 woningen. Alle investeerders samen bezaten 745.400 woningen, 8,9% van de voorraad, tegen 9,2% een jaar eerder.
Hoe snel krimpt het particuliere bezit?
Het particuliere huurbezit daalt sinds begin 2024. In de Kadastercijfers die minister Boekholt-O'Sullivan op 20 april 2026 naar de Tweede Kamer stuurde, staat de reeks per 1 januari:
| Peildatum | Particuliere investeerders | Bedrijfsmatige investeerders |
|---|---|---|
| 1 januari 2022 | 304.000 | 393.000 |
| 1 januari 2023 | 317.000 | 416.000 |
| 1 januari 2024 | 319.000 | 447.000 |
| 1 januari 2025 | 301.000 | 464.000 |
| 1 januari 2026 | 279.000 | 474.000 |
Van de top begin 2024 tot juli 2026 is het particuliere bezit met bijna 50.000 woningen gekrompen. Let op wat het Kadaster meetelt. Een particuliere investeerder is daar een natuurlijk persoon met meer dan twee woningen waar hij zelf niet woont. Wie één of twee woningen verhuurt naast zijn eigen huis, valt in de aparte categorie tweede woningen. Ook die krimpt: volgens de Kamerbrief daalde het aantal verhuurde tweede woningen in de tweede helft van 2025 van ca. 124.500 naar 123.000. Van circa 360.000 huurwoningen kent het Kadaster de eigenaar niet; die zitten niet in de tabel. De cijfers over het laatste kwartaal zijn voorlopig en worden in latere kwartaalberichten bijgesteld.
Waar gaan de verkochte huurwoningen naartoe?
Vooral naar mensen die er zelf gaan wonen. In het tweede kwartaal van 2026 verkochten investeerders 6.400 woningen meer aan eigenaar-bewoners dan ze van hen kochten. Ze kochten zelf 7.200 woningen, ongeveer evenveel als een jaar eerder. Over de tweede helft van 2025 meldde de minister dat private investeerders ongeveer 36.000 woningen verkochten, zo'n 18% meer dan in de tweede helft van 2024, en dat circa 68% van wat particuliere investeerders verkochten bij eigenaar-bewoners terechtkwam. Van alle woningen die investeerders aan eigenaar-bewoners verkochten, ging 61% naar koopstarters. Voor starters is dat gunstig. Voor wie wil huren betekent het minder aanbod.
Het zijn vaak bepaalde woningen. Particuliere investeerders verkochten volgens de Kamerbrief vooral woningen met energielabel C of D aan eigenaar-bewoners. De helft van wat investeerders eind 2025 aan bewoners verkochten waren appartementen, meestal tussen 50 en 100 m². Op basis van een schatting van het Kadaster gaat het steeds vaker om woningen die bij een nieuwe verhuring onder de sociale huur of middenhuur zouden vallen. Wil je weten in welk segment jouw woning nu valt, gebruik dan huursegment bepalen.
In studentensteden houden investeerders hun woningen langer vast, maar ook daar daalde het particuliere aandeel in een jaar van 6,1% naar 5,5% van de woningen.
Is het einde van de verkoopgolf in zicht?
Er zijn tekenen dat de verkoop afremt, maar van een omslag is geen sprake. Het Kadaster schrijft over het tweede kwartaal van 2026 dat investeerders "minder woningen verkochten dan in voorgaande jaren" en dat dit vooral kwam doordat particuliere investeerders minder verkochten. Tegelijk nam juist hun bezit het sterkst af. Een halfjaar eerder was dat anders: in het vierde kwartaal van 2025 verkochten investeerders ruim 20.700 woningen, het hoogste aantal sinds 2021 (Kadaster, 26-02-2026).
Het kabinet gebruikt deze cijfers als argument voor zijn maatregelen. In de toelichting bij het besluit van 10 september 2026 staat dat investeerders in 2025 "ruim 40.000 huurwoningen meer" verkochten dan ze kochten. Dat was de aanleiding voor drie aanpassingen van het puntenstelsel per 1 januari 2027, waaronder het vervallen van de minpunten voor een woning zonder buitenruimte. Hoe zwaar de Wet betaalbare huur meeweegt naast rente, belastingen en woningwaarden, moet de evaluatie van die wet laten zien. Volgens de Kamerbrief van 20 april 2026 volgt die in de eerste helft van 2027.
Overweeg je zelf om te verkopen of juist door te verhuren, kijk dan eerst wat de woning onder de nieuwe regels mag opbrengen met de gratis check. Achtergrond over het segment tussen sociale huur en vrije sector staat in middenhuur uitgelegd, en de grenzen voor 2027 vind je bij maximale huur.
Dit is algemene informatie, geen juridisch advies.