Het kabinet wil de overdrachtsbelasting voor beleggers per 1 januari 2027 verlagen van 8% naar 7%. Het voorstel staat in het Belastingplan 2027, dat het kabinet op Prinsjesdag, 15 september 2026, bij de Tweede Kamer indiende. Het geldt voor elke woning die de koper niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken: een verhuurwoning, maar ook een tweede woning, een vakantiewoning of een woning die je koopt voor je kind. De Tweede en Eerste Kamer stemmen in november en december over het pakket (Rijksoverheid, 15-09-2026).
Wat verandert er precies?
Het wetsvoorstel wijzigt artikel 14, tweede en zevende lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer: "8 percent" wordt "7 percent". Het zevende lid gaat over aanhorigheden die je tegelijk met de woning koopt, zoals een garage of berging. Die volgen het woningtarief. Het tarief van 10,4% voor andere onroerende zaken, zoals bedrijfspanden en een losse garage, blijft staan. Ook het tarief van 2% voor wie er zelf gaat wonen en de startersvrijstelling veranderen niet (Belastingdienst; memorie van toelichting Belastingplan 2027).
| Koop van | 2025 | 2026 | 2027 (voorstel) |
|---|---|---|---|
| Woning als eigen hoofdverblijf | 2% | 2% | 2% |
| Woning niet als hoofdverblijf, zoals verhuur | 10,4% | 8% | 7% |
| Andere onroerende zaken | 10,4% | 10,4% | 10,4% |
Waarom verlaagt het kabinet het tarief?
Het kabinet wil het investeringsklimaat op de huurmarkt verbeteren en het aanbod van huurwoningen weer laten groeien, zoals in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA is afgesproken. In de memorie van toelichting staat dat de eerdere tariefsverhogingen hebben geleid tot minder aankopen door investeerders. Dat investeerders de afgelopen jaren meer (midden)huurwoningen verkochten, schrijft het kabinet toe aan een samenloop van fiscale maatregelen, strengere regels en ongunstige economische omstandigheden. Van de verlaging zelf verwacht het een positief maar beperkt effect. De verlaging hoort bij een breder pakket, met onder meer de optimalisatie van de Wet betaalbare huur. In 2029 wordt de maatregel geëvalueerd.
Het kabinet zegt er zelf bij dat de verlaging niet alleen verhuurders helpt. Omdat het aansluit bij het bestaande onderscheid tussen hoofdverblijf en niet-hoofdverblijf, profiteren kopers van tweede woningen en vakantiehuizen net zo goed.
Wanneer geldt welk tarief?
Het tarief hangt af van het moment waarop je eigenaar wordt. Volgens de Belastingdienst is dat meestal de dag waarop je de notariële akte van levering tekent. De datum van het koopcontract telt dus niet. Een belegger die in november 2026 een koopovereenkomst sluit en in januari 2027 bij de notaris levert, valt onder 7%, als het voorstel ongewijzigd wordt aangenomen.
Het kabinet rekent erop dat kopers dat doen. In de toelichting staat de verwachting dat een deel van de aankopen van 2026 naar 2027 verschuift, wat in de raming leidt tot minder opbrengst in 2026 en meer in 2027. Dat patroon zag het Kadaster ook rond de vorige verlaging: investeerders stelden eind 2025 hun aankopen uit tot na 1 januari 2026 (Kadaster, 27-08-2026). Wie levering uitstelt, moet wel rekening houden met de kans dat het parlement het voorstel wijzigt of verwerpt. Het Belastingplan is op 14 oktober 2026 nog niet aangenomen.
Wat betekent het voor jouw verhuur?
Bij een woning met een koopprijs van 300.000 scheelt één procentpunt 3.000 aan overdrachtsbelasting. Dat verlaagt je aankoopkosten, maar verandert niets aan wat je daarna aan huur mag vragen. De maximale huur volgt uit de punten van de woning, niet uit wat je ervoor betaalde. Reken vóór een aankoop dus eerst uit in welk segment de woning valt met de tool huursegment bepalen of de gratis check. In een gemeente met opkoopbescherming mag je een bestaande koopwoning bovendien niet zomaar verhuren. Wat het kabinet verder voor verhuurders van plan is, staat in de plannen van het kabinet voor de huurmarkt.
Dit is algemene informatie, geen juridisch advies.