Het kabinet-Jetten wil dat verhuren weer loont, maar houdt de huurregulering in stand. In het coalitieakkoord van 30 januari 2026 staat dat "de wet- en regelgeving alsmede het fiscale klimaat op de huurmarkt" zo worden ingericht "dat het investeringsklimaat verbetert en het aanbod van huurwoningen weer kan toenemen". Acht maanden later ligt een deel daarvan vast in het Staatsblad. Een ander deel is nog voorstel of voornemen. Dit is de stand op 14 oktober 2026.
Wat ligt al vast voor 1 januari 2027?
Drie hoofdaanpassingen van het woningwaarderingsstelsel zijn definitief. Ze staan in het besluit van 10 september 2026 (Stb. 2026, 267), dat op 18 september werd gepubliceerd en op 1 januari 2027 in werking treedt. De Raad van State adviseerde op 12 augustus 2026.
De eerste is een WOZ-prijsopslag. Een woning die zonder de WOZ-cap meer dan 186 punten zou hebben, maar door de cap op 186 punten blijft, valt in de middenhuur. Vanaf 2027 mag je bovenop de maximale huur bij 186 punten een opslag rekenen: het verschil met de maximale huur die hoort bij het puntenaantal zonder cap. Een voorbeeld met de huurprijstabel 2027: een woning die zonder cap 200 punten zou halen, blijft op 186 punten en dus gereguleerd, maar mag tot € 1.362,19 kale huur per maand vragen in plaats van € 1.263,32. Hoe de cap werkt, lees je bij WOZ-waarde en punten.
De tweede: de vijf minpunten voor een woning zonder enige buitenruimte vervallen. Dat raakt vooral kleine appartementen en gesplitste woningen in de binnensteden. De derde: kleine rijksmonumenten tot 40 m² krijgen een gunstigere berekening in de rubriek WOZ-waarde, zodat de ligging zwaarder meetelt.
In hetzelfde besluit zitten correcties die je puntentelling ook kunnen raken. Label E krijgt in de tabel van het besluit zelf 4 minpunten, net als in het beleidsboek. Een wastafel levert buiten de badkamer nog maar 1 punt per ruimte op. En de minimum-WOZ-waarde, die met de Wet betaalbare huur onbedoeld was verdwenen, keert terug in het puntenstelsel voor zelfstandige woningen. Check na de jaarwisseling of je puntentelling verandert met de gratis check.
Wat staat er in de Prinsjesdagstukken?
Op 15 september 2026 kondigde het kabinet twee maatregelen aan die private verhuurders direct raken. De overdrachtsbelasting voor investeerders moet in 2027 van 8% naar 7%. Daarnaast komt er € 500 miljoen voor een objectsubsidie voor middenhuurwoningen, om investeren daarin aantrekkelijker te maken (Rijksoverheid, 15-09-2026). De verlaging van de overdrachtsbelasting staat in het Belastingplan 2027 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer; de details staan in overdrachtsbelasting voor beleggers per 2027. Hoe de objectsubsidie werkt en wie hem kan aanvragen, is nog niet uitgewerkt. Eind september kwam daar een fiscaal punt bij dat de andere kant op werkt: het kabinet wil in 2027 het heffingsvrij vermogen in box 3 verlagen en het forfait voor overige bezittingen, waaronder verhuurde woningen, verhogen. Ook dat moet nog door het parlement, zie box 3 werkelijk rendement.
Welke plannen zijn nog niet uitgewerkt?
Het coalitieakkoord noemt nog meer punten waar verhuurders op wachten. Zo wordt de ruimte voor gemeenten voor een zelfbewoningsplicht en opkoopbescherming "fors ingeperkt en gerichter gemaakt", waarbij de invulling afhangt van de evaluatie. Die evaluatie door RIGO is klaar en ging op 9 juli 2026 naar de Kamer. Een inhoudelijke reactie van de minister is voor dit najaar aangekondigd. Verder wil het kabinet het verhuren van woningen in (studenten)kamers makkelijker maken en belemmeringen voor hospitaverhuur weghalen. Voor hospitaverhuur ligt sinds de zomer van 2026 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.
Er staan ook verplichtingen in het akkoord. Verhuurders moeten energielabels E, F en G per 2029 uitfaseren en labels C en D per 2040. Voor de eerste stap ligt er een ontwerpbesluit: een huurwoning met label E, F of G moet uiterlijk op 1 januari 2029 minimaal label D hebben. De minister stuurde dat ontwerp op 10 juli 2026 in voorhang naar beide Kamers; daarna volgt advies van de Raad van State, dus het is nog geen geldend recht (Rijksoverheid, 10-07-2026). Meer daarover in energielabel-eisen voor huurwoningen. Voor labels C en D in 2040 ligt er nog geen regeling.
Wat het kabinet niet doet, is net zo relevant. Het IBO Huurbeleid stelde voor dat gemeenten private huurwoningen onder de huisvestingsvergunning moeten brengen. Het kabinet noemt dat in zijn reactie van 9 juli 2026 "onverstandig", omdat het verwacht dat dan nog meer particuliere verhuurders afhaken.
Wanneer komt de evaluatie van de Wet betaalbare huur?
De officiële evaluatie van de Wet betaalbare huur moet uiterlijk 1 juli 2027 zijn afgerond, staat in de toelichting bij het besluit van 10 september. De minister schreef op 20 april 2026 dat het kabinet daarnaar "zal handelen". Een motie om de werking van de WOZ-cap nu al verder te beperken, haalde op 16 juni 2026 geen meerderheid in de Tweede Kamer. Twee andere maatregelen uit de optimalisatie lopen via een eigen traject. Voor het tijdelijke huurcontract voor alle studenten nam de Tweede Kamer op 16 juni 2026 een motie aan om dat bij wet te regelen in plaats van bij besluit. De verlenging van de nieuwbouwopslag voor middenhuur met vier jaar gaat apart in consultatie en voorhang en moet volgens de minister vóór 1 januari 2028 geregeld zijn.
Wil je zien hoe de nieuwe regels per 2027 uitpakken voor de huur van jouw woning, kijk dan bij maximale huur.
Dit is algemene informatie, geen juridisch advies.