De Wet modernisering servicekosten gaat op 1 januari 2027 in. Dat staat in het Besluit van 8 april 2026, dat op 17 april 2026 in het Staatsblad verscheen (Stb. 2026, 82). Tegelijk treedt het gewijzigde Besluit servicekosten in werking, en de Regeling servicekosten van 17 maart 2026 (Stcrt. 2026, 11523) volgt automatisch op dezelfde dag. Volgens de toelichting koos het kabinet voor 1 januari omdat de jaarafrekening over een kalenderjaar gaat (artikel 7:259 BW). Zo gaan de nieuwe regels niet midden in een afrekenjaar gelden.
De wet zelf is al ouder. Tweede en Eerste Kamer namen het voorstel (Kamerstuk 36.648) in april 2025 als hamerstuk aan, en het werd de Wet van 23 april 2025 (Stb. 2025, 156). Wat nu vaststaat, is de datum.
Voor welke huurcontracten gelden de nieuwe regels?
Bepalend is de datum waarop het huurcontract is ondertekend, niet de ingangsdatum. Teken je op 20 december 2026 een contract dat op 1 februari 2027 ingaat, dan valt het onder de oude regels. Teken je op 2 januari 2027, dan gelden de nieuwe, schrijft de Huurcommissie.
Voor contracten van vóór 1 januari 2027 blijven de meeste oude regels gelden. Je kunt met een zittende huurder afspreken dat het nieuwe stelsel voor jullie geldt, maar alleen met diens uitdrukkelijke instemming.
Wat verandert er voor nieuwe contracten?
Je mag nog maar acht soorten servicekosten in rekening brengen:
- warmte en koude
- elektriciteit, gas en water
- roerende zaken
- kleine herstellingen
- toezicht, beveiliging en vuil
- signaallevering
- verzekeringen en fondsvorming
- administratiekosten
Kosten die niet in deze lijst passen, mogen niet meer als servicekosten worden doorberekend. Per soort schrijft de Regeling servicekosten voor hoe je rekent. Een paar voorbeelden uit die regeling: roerende zaken schrijf je af over de verwachte levensduur, op basis van de aanschafprijs plus levering of montage, en reparaties mag je niet via de servicekosten doorberekenen. Van brandbeveiligingsmiddelen en beveiligingscamera's mag maximaal 50% naar de huurder. Voor een onderhoudsfonds geldt een inleg van maximaal € 6 per woning per maand. Bij onbemeterde warmte uit leidingen in de woning geldt een aandeel van 35% in ieder geval als redelijk.
De administratiekosten krijgen een vaste bovengrens. Over warmte en koude en over elektriciteit, gas en water mag je maximaal 2% rekenen, over de andere soorten maximaal 5%. Het minimum is € 7,50 en het maximum € 75 per woning per kalenderjaar (Regeling servicekosten, Stcrt. 2026, 11523).
Een voorbeeld. Een verhuurder in Leiden verhuurt een appartement met een gedeelde cv-ketel en schoonmaak van het trappenhuis. Bij een contract dat in januari 2027 wordt getekend, mag hij over de energiekosten maximaal 2% administratiekosten rekenen en over de schoonmaak 5%. Komt dat samen lager uit dan € 7,50 per jaar, dan mag hij toch € 7,50 rekenen. Komt het hoger uit dan € 75, dan stopt het daar.
Wat geldt vanaf 2027 ook voor bestaande contracten?
Volgens de Huurcommissie veranderen drie dingen voor nieuwe en bestaande contracten:
- Voorschottoets. Huurders kunnen het voorschot voor alle acht soorten servicekosten laten toetsen door de Huurcommissie. Tot nu toe kon dat alleen voor gas, elektriciteit en water met een eigen meter.
- Collectief verzoek. Vanaf twee huurders kunnen zij samen een servicekostenzaak bij de Huurcommissie starten.
- Normbedragen. Ontbreekt een goede afrekening, dan krijg je eerst een hersteltermijn. Lever je dan nog niets of niets bruikbaars aan, dan rekent de Huurcommissie met wettelijke normbedragen. Die zijn volgens de Huurcommissie relatief laag en kunnen ook op nul uitkomen.
Door dat laatste punt kan een slordige jaarafrekening je geld kosten. Zonder overzicht met de werkelijke kosten en de verdeelsleutel loop je het risico dat je een deel van de voorschotten moet terugbetalen. Op de pagina over servicekosten staat wat een afrekening moet bevatten, en de uitwerking per post staat in de servicekostenafrekening voor verhuurders. Op dezelfde dag verandert er ook veel bij de Huurcommissie zelf, zie de Huurcommissie in 2027.
Wat kun je nu al doen?
Ga na welke posten in je huidige contracten staan en of ze in een van de acht soorten passen. Voor contracten die je na de jaarwisseling tekent, moet de lijst kloppen met het nieuwe stelsel. Met de servicekosten-check zie je per post of hij is toegestaan, en met de gratis check controleer je de kale huur en de rest van je verhuur in één keer.
Dit is algemene informatie, geen juridisch advies.